Title

De Staat van het Nederlands 2017 en 2019

Een onderzoek naar het gebruik van het Nederlands en andere talen in Nederland, Vlaanderen, Brussel en Suriname.
 

Waarom is er een Staat van het Nederlands?

De wereld is een dorp en in ons eigen dorp is de hele wereld aanwezig. Dat brengt ook andere talen met zich mee. Meertaligheid is een realiteit, ook in onze eigen onmiddellijke omgeving. Voor de Taalunie stelt zich daarom de vraag wat dit betekent voor het gebruik van het Nederlands in de samenleving. Is het Nederlands nog vanzelfsprekend de voertaal of dienen zich ook andere talen aan?

Om de Staat van het Nederlands in kaart te brengen, onderzoeken het Meertens Instituut, de Universiteit Gent en het Instituut voor de Opleiding van Leraren het gebruik van het Nederlands en andere talen in diverse maatschappelijke domeinen, in Nederland, Vlaanderen, Brussel en Suriname. Ze doen dat zowel nu als in de toekomst. Zo kunnen ook evoluties worden opgevolgd. De Taalunie hoopt het onderzoek ook nog uit te breiden naar de Caribische eilanden.

Als het Nederlands een levendige en aantrekkelijke taal wil blijven, moet het in alle belangrijke maatschappelijke domeinen een positie blijven behouden. Daar maakt de Taalunie zich sterk voor.
 

Wat wordt met de Staat van het Nederlands onderzocht?

Met de Staat van het Nederlands wordt het gebruik van het Nederlands en andere talen in de volgende maatschappelijke domeinen onderzocht:

  • in sociaal verkeer;
  • op het werk;
  • in cultuur en media;
  • in onderwijs en wetenschap.
     

Hoe wordt het gebruik van talen in kaart gebracht en opgevolgd?

Voor het onderzoek stelden het Meertens Instituut, de Universiteit Gent en het Instituut voor de Opleiding van Leraren een panel van rapporteurs samen uit heel Nederland, Vlaanderen, Brussel en Suriname. Zij beantwoorden vragen over de talen die ze zelf gebruiken en in hun omgeving waarnemen, thuis, op school, op het werk, in de winkel, bij de dokter en in andere maatschappelijke situaties.

Bij de interpretatie van de resultaten moet er steeds rekening mee worden gehouden dat de enquête enkel is afgenomen onder Nederlandstaligen, al dan niet moedertaalsprekers. Vooral voor Brussel betekent dit een inperking tot de leefwereld van de Nederlandstalige Brusselaar.

Naast de antwoorden van de panelleden verzamelen de onderzoekers ook feitelijke gegevens. Zowel de bevraging als de gegevensverzameling kan tweejaarlijks worden herhaald om eventuele evoluties zichtbaar en inzichtelijk te maken. Op basis van de resultaten kan de Taalunie waar nodig nieuw beleid ontwikkelen om het Nederlands te ondersteunen.
 

Wil je zelf lid worden van het rapporteurspanel voor de Staat van het Nederlands? Meld je aan via de website http://www.staatvanhetnederlands.nl.